Casus 10: Zelfbeschikkingsrecht en ingrijpen tegen de wens van de oudere in?

Naarmate een situatie dreigt te ontsporen en de wilsbekwaamheid van de oudere afneemt, is ingrijpen van buitenaf gerechtvaardigd. Dit is het geval bij het echtpaar Vermeulen (81 en 84). Mevrouw Vermeulen (81) breekt haar heup. Ze wordt tijdelijk opgenomen in een verzorgingshuis en er komt thuiszorg binnenshuis voor meneer Vermeulen (84).

Dan blijkt dat het binnen wel erg vies is. Kan mevrouw wel terug naar huis of kan ze beter permanent in het verzorgingshuis gaan wonen? Zo bestaan er in de maatschappij ideeën over hoe het moet zijn, maar wil mevrouw niet liever terug naar haar – vieze – huis?

De situatie wordt anders wanneer mevrouw is teruggekeerd, maar ze naast haar fysieke beperking, waardoor het huishouden en de zorg voor mevrouw neerkomt op meneer, ook nog begint met dementeren. Het huis wordt nog viezer, meneer wordt steeds barser en blijkt af en toe hardhandig met zijn vrouw om te gaan. Mevrouw krijgt niet de zorg die ze nodig heeft. Ze wordt niet dagelijks gewassen, krijgt onvoldoende eten en wordt ruw behandeld door haar echtgenoot. De thuiszorg ziet liever een andere oplossing, maar mevrouw Vermeulen, inmiddels al in een gevorderd stadium van dementie, wil hier niets van weten.

Op dat moment is sprake van een scheve machtsverhouding en kan niet langer worden gezegd: ‘ze kiest er zelf voor’. De dreiging van het ontsporen van een situatie en de afname van de wilsbekwaamheid maken ingrijpen noodzakelijk.