Tijdelijkheid van de opvang/begeleide terugkeer

De crisisopvang is een tijdelijke oplossing: het gaat om een rustmoment om tot een plan van aanpak te komen voor de korte termijn en het vervolg. Een van de vervolgopties is begeleide terugkeer.

Begeleide terugkeer

Begeleide terugkeer is een systeemgerichte methode die eruit bestaat dat kortdurende hulp wordt geboden aan personen die het geweld in hun relatie willen stoppen. Het hulpverleningsaanbod heeft tot doel de geweldsspiraal te doorbreken en de interactiepatronen tussen betrokkenen te vervangen door alternatieve manieren van conflictoplossing. Aan het eind van het traject vindt terugkeer naar huis plaats of wordt er eventueel doorverwezen naar vervolghulpverlening.

Uitgangspunt

Het uitgangspunt van begeleide terugkeer is dus dat tijdens het verblijf in de crisisopvang wordt ingezet op een terugkeer naar huis en, indien mogelijk, naar de partner (en pleger van het geweld). In dat geval wil men de relatie met de pleger dus niet verbreken, maar bestaat wel de motivatie om het geweld te laten stoppen.

Er bestaat echter het risico dat ouderen die zijn opgevangen op tijdelijke plekken in verzorgings- of verpleeghuizen deze plekken niet meer verlaten. De tijdelijkheid van het verblijf elders kan definitief worden wanneer niet actief iets wordt geregeld voor de terugkeer of wanneer de situatie dermate ernstig is dat terugkeer onmogelijk is. Dit risico moet worden betrokken in de afweging om al dan niet tot crisisopvang over te gaan.

Met definitieve opvang wordt bovendien voortijdig een einde gemaakt aan de zelfstandigheid van de oudere of aan de situatie die de oudere zelf in ieder geval prefereert boven een verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis.

Zie ook de pagina: Crisisopvang in Nederland, waaruit blijkt dat mishandelde ouderen regelmatig op dit soort plekken terechtkomen.

Zelfbeschikkingsrecht

Het is mogelijk om tegen de wens van de oudere in te handelen en hem/haar toch te verplaatsen naar crisisopvang. Dit raakt echter aan het zelfbeschikkingsrecht van de oudere. Zelfbeschikking heeft betrekking op het respect voor de eigen inrichting van leven en in dit geval de keuze van de oudere om de situatie van mishandeling te verkiezen boven een mogelijk definitieve overstap naar een verpleeg- of verzorgingshuis. Ingrijpen kan toch mogelijk en noodzakelijk zijn. De bemoeienis van buitenaf is legitiemer naarmate de oudere in een situatie van toegenomen afhankelijkheid en kwetsbaarheid verkeert. In dat geval wordt de verantwoordelijkheid van omstanders om een einde te maken aan de bedreigende situatie groter.

Wilsbekwaamheid

Het zelfbeschikkingsrecht wordt in zekere zin ingeperkt wanneer de wilsbekwaamheid van de oudere afneemt, bijvoorbeeld door beginnende mentale achteruitgang of dementie: de oudere is minder goed in staat om zelf beslissingen te nemen. Wilsonbekwaamheid is geen reden om geen rekening te houden met wat de oudere zelf wenst dat er gebeurt, prettig vindt of wat bij hem/haar past. Wilsbekwaamheid is namelijk niet willoos.

Anderzijds: dat iemand niet naar crisisopvang wil gaan, wil niet zeggen dat verplaatsing niet goed voor de persoon in kwestie kan zijn, ook wanneer die uitmondt in een definitief verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis. Indien hulpverleners toch tegen de wens van de oudere willen ingaan, is het daarom van belang om binnen het kader van de uithuisplaatsing zoveel mogelijk rekening te houden met voorkeuren van de oudere waaraan wel tegemoetgekomen kan worden.

Meer over het zelfbeschikkingsrecht en de wilsbekwaamheid van ouderen is te vinden in Wanneer huiselijk geweld ouderen treft, een methodische handleiding in de aanpak van ouderenmishandeling van het ASHG Groningen.