Casus 3: Van verslonsde zorgtaak tot verwaarlozing

Katja (44) is al een aantal jaar mantelzorger voor haar schoonmoeder Agnes (75). Zo doet ze de boodschappen, maakt ze schoon en ruimt ze op. Katja woont wel een halfuur rijden van haar schoonmoeder vandaan, dit maakt het niet makkelijk voor haar. Eigenlijk heeft ze ook wel genoeg van haar zorgtaak; het is niet eens haar eigen moeder! Ook begint Agnes wat te dementeren en wordt ze incontinent. Intensievere zorg is daarom nodig.

Wanneer er een klein flatje vrijkomt in de buurt van het appartementen-complex van Agnes, en Katja en haar man gaan scheiden, wordt – op aandringen van Katja – het volgende besloten: Agnes verhuist naar het flatje, en Katja neemt haar intrek in het ruime appartement van Agnes. Agnes gaat vroeg of laat toch naar een verzorgingstehuis, dus wat maakt het uit?

Katja laat haar zorgtaak echter meer en meer verslonzen. Wanneer ze na een dag afwezigheid weer de deur van Agnes’ flat opendoet, haalt ze haar neus op: het ruikt een beetje naar ontlasting. Katja wordt erg boos op Agnes en schreeuwt: “Gatver, moest dit nou? En wie ruimt het op, ik zeker?”

De voormalige buren van Agnes (nu buren van Katja) bieden Katja aan om haar te helpen met de zorg voor Agnes. Dit slaat Katja af; ze heeft het toch zeker altijd zelf gedaan? Wanneer de buren een kijkje willen nemen bij Agnes, wordt de toegang tot de flat door Katja geblokkeerd. De flat is een bende en Katja is nog niet aan haar zorgplichten toegekomen, dus ze heeft even geen zin in pottenkijkers.

Agnes is inmiddels al twee dagen niet gewassen en heeft die dag ook nog geen maaltijd gehad. Wanneer ze Katja hier om vraagt, snauwt die haar af: “Denk maar niet dat ik je nu ga helpen, als je zo ondankbaar bent.” De situatie is zichtbaar geëscaleerd: er is sprake van ernstig en onmiddellijk gevaar. Een huisverbod is wenselijk om alternatieve hulpverlening en verzorging voor Agnes op gang te brengen.