Casus 4: Mantelzorger

Mevrouw De Vries, al enige jaren weduwe, kan haar huishouden en administratie steeds minder goed aan. Haar slaapritme is wat verstoord, ze vergeet regelmatig dingen en gedraagt zich af en toe wat verward. Dit zijn mogelijk voortekenen van dementie en beangstigen haar. Mevrouw De Vries gaat zienderogen achteruit. Voor een opname in een verzorgingstehuis is echter een CIZ-zorgindicatie nodig en die aanvraag duurt een tijdje. Daarom gaat ze tijdelijk inwonen bij dochter Annie (50).

Annie vindt het moeilijk om de intensieve zorg voor haar almaar slechter wordende moeder te combineren met haar werk en privéleven. De zorgtaak kost zoveel tijd en energie, die heeft Annie gewoon niet. Mevrouw De Vries loopt ’s nachts rond en stelt soms wel vijftig keer op een ochtend dezelfde vraag. Na een paar van dat soort dagen trekt Annie het niet meer een geeft ze haar moeder een lichte tik. Mevrouw De Vries begint daarop te gillen en Annie besluit haar op de logeerkamer aan het bed vast te binden en haar een extra dosis medicijnen toe te dienen. Zo blijft mevrouw De Vries rustig en kan Annie zich even concentreren op haar werk.

Van psychiatrische problemen, verslaving of een delictverleden bij Annie is geen sprake, maar ontspoorde mantelzorg is wel degelijk het geval en er dreigt ernstig en onmiddellijk gevaar voor mevrouw De Vries. Direct ingrijpen is daarom noodzakelijk.