Relatie tussen slachtoffer en pleger

Criteria Wet tijdelijk huisverbod

Naast dat er sprake moet zijn van (dreiging van) geweld, moet aan nog twee cumulatieve criteria worden voldaan. De uit huis te plaatsen persoon moet

• meerderjarig zijn;
• op hetzelfde adres wonen als het slachtoffer, of daar meer dan incidenteel aanwezig zijn.

Soort relatie

Door deze wettelijke criteria zijn bij ouderenmishandeling daarom de volgende relaties tussen slachtoffer en pleger denkbaar:

  • de oudere en diens mantelzorger (partner, (klein)kind, ander familielid, buur of anderszins);
  • de oudere en een inwonende partner of (klein)kind, die niet voor de oudere zorgt, maar van wie de oudere wel in psychische zin afhankelijk is.

In deze gevallen is een huisverbod mogelijk, wanneer er sprake is van ‘ernstig en onmiddellijk gevaar’ voor het slachtoffer. Wel spelen bij de verschillende relaties verschillende vormen van problematiek, die van belang zijn voor de in te zetten hulpverlening en/of de verdere interventie.

Mantelzorger

Bij een mantelzorger kan sprake zijn van overbelasting (zie Uitgelicht: intentioneel versus niet-intentioneel geweld). Hulp is dan (ook) gericht op het ontlasten van de mantelzorger.

Er dient echter ook oog te zijn voor problematiek bij de mantelzorger (bijvoorbeeld verslaving en/of psychiatrische problematiek) en voor gepleegde strafbare feiten.

Inwonende partner of (klein)kind

Wanneer een inwonende partner of (klein)kind het geweld pleegt, en het slachtoffer in een bepaalde mate psychisch afhankelijk is van deze pleger, kunnen allerlei vormen van problematiek een rol spelen.

Voorbeelden zijn de relatie tussen de partners, een geschiedenis van geweld of psychische en verslavingsproblematiek. Na oplegging van het huisverbod dient daarom een goede probleemanalyse plaats te vinden. Gepleegde strafbare feiten dienen te worden vervolgd.