Het gebruikte instrumentarium

De belangrijkste instrumenten bij het opleggen en uitvoeren van huisverboden zijn:

Deze instrumenten zijn niet zonder meer toegerust op het inzetten ervan bij ouderenmishandeling.

RiHG

Het RiHG is bedoeld om huisverbodwaardige situaties te herkennen. Het vraagt bijvoorbeeld naar de antecedenten van de (potentiële) pleger, de aard van het geweld/de bedreiging, de situatie in het huishouden en achtergrond-problematiek, zoals spanning door financiële problemen, problemen door (verlies van) werk of sociaal isolement.

Het RiHG wordt gebruikt bij alle vormen van huiselijk geweld, waaronder ouderenmishandeling. Een specifiek probleem bij de toepassing van het RiHG kan zijn dat in geval van ouderen-mishandeling slachtoffers vaak niet willen meewerken aan de interventie.

De situatie is dan nog niet duidelijk waardoor het RiHG nog niet het geijkte instrument is om de situatie mee te beoordelen. Nader onderzoek door de politie en de hulpverlening is nodig om kennis te vergaren op basis waarvan het RiHG kan worden ingevuld.

Onderzoek

Direct na het opleggen van een huisverbod begint de hulpverlening met het meer diepgaand onderzoeken van de situatie. Dit onderzoek hoeft in geval van ouderenmishandeling niet anders te verlopen dan in andere situaties: er dient zowel naar de problematiek van en geweldsdynamiek tussen de achterblijver en de uithuisgeplaatste te worden gekeken, als een verkenning uitgevoerd te worden in het netwerk rondom de betrokkenen: familie, buren, huisarts et cetera.

Wel is het bij ouderenmishandeling van belang dat degenen die bij het onderzoek betrokken zijn, met ouderen en ouderenproblematiek kunnen omgaan (bijvoorbeeld dementie). De beschrijving van risicofactoren en signalen (zie het herkennen en erkennen van de problematiek) kan hierbij behulpzaam zijn. Hetzelfde geldt voor het werkdocument Naar methodisch handelen bij ouderenmishandeling van Movisie.

Gespecialiseerde hulp

Tot slot is van belang dat hulpverlening aanwezig is, die aansluit bij de behoefte van mishandelde ouderen en de uithuisgeplaatsten. Geïnterviewde hulpverleners geven aan dat deze hulpverlening bestaat.

Binnen de diverse takken van hulpverlening (bijvoorbeeld Algemeen Maatschappelijk werk of de Gemeentelijke Gezondheidsdienst) zijn er gespecialiseerde trajecten of afdelingen en hulpverleners voor ouderen. Een voorwaarde is dat deze hulp ook direct inzetbaar is.