(H)erkenning van de problematiek

Een huisverbod kan pas worden opgelegd wanneer duidelijk is dat er in een bepaalde situatie sprake is van (dreigend) geweld, dat tot ernstig en onmiddellijk gevaar voor het (potentiële) slachtoffer leidt.

Ouderenmishandeling blijft echter voor een groot deel onzichtbaar, doordat de problematiek onvoldoende wordt herkend, maar ook doordat mishandelde ouderen zelf geen melding maken van het geweld.

Hulpmiddelen

Hulpmiddelen en actuele ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan een verbetering van deze situatie:

  • In het kader van het Actieplan Ouderen in veilige handen neemt dit kabinet concrete maatregelen die gericht zijn op het vergroten van de bewustwording en melding van ouderenmishandeling.
  • Risicofactoren voor en signalen van ouderenmishandeling zijn opgetekend door Movisie, in de Factsheet Ouderenmishandeling.
  • In de media krijgt ouderenmishandeling de laatste tijd relatief veel aandacht, wat kan leiden tot een grotere bewustwording van deze problematiek bij de Nederlandse bevolking.
  • In steeds meer gemeenten/regio’s en ook bij de politie ontstaat een structuur voor de aanpak van ouderenmishandeling, vergelijkbaar met de aanpak van kindermishandeling. Binnen deze structuren werken aandachtsfunctionarissen aan bewustwording van de problematiek bij hun collega’s en aan een meer integrale aanpak van het probleem.

Inschakelen politie

Wanneer hulpverleners of de politie ouderenmishandeling signaleren of signalen van ouderenmishandeling ontvangen via buren of naasten van de oudere in kwestie, dienen zij op de hoogte te zijn van de mogelijkheid om een huisverbod op te leggen. In zorgwekkende situaties kunnen hulpverleners de politie inschakelen om een risicotaxatie van de situatie uit te voeren.

In die situaties kan het huisverbod dus worden opgelegd via de ‘preventieve route’: er is dan sprake van een geweldsdreiging, maar de situatie is dan nog niet geëscaleerd (een ‘buiten-heterdaad’-situatie).