De situatie van (zorg)afhankelijkheid

Kenmerkend voor ouderenmishandeling is de situatie van afhankelijkheid waarin de oudere verkeert: deze is voor verzorging en/of in psychische zin afhankelijk van de pleger. Indien het geweld verweven is met de zorg, dient het opheffen van het geweld gepaard te gaan met het regelen van voldoende vervangende zorg, die direct kan worden geleverd.

Spoedindicatie

Hiervoor kan een spoedindicatie worden aangevraagd, zoals ook beschreven in het Actieplan Ouderen in veilige handen. Met name wanneer de mishandeling door de (oudere) partner plaatsvindt en deze uit huis wordt geplaatst, kan het zo zijn dat hij/zij ook behoefte heeft aan aangepaste huisvesting, extra zorg en/of medicatie. Dit dient bij de uithuisplaatsing te worden onderzocht en indien nodig voor de uithuisgeplaatste te worden geregeld.

Netwerk voor achterblijvers

Kenmerkend aan situaties waarin huisverboden worden opgelegd, is dat de veiligheid van de achterblijver(s) wordt bedreigd. Uithuisplaatsing is een eerste stap in het creëren van een veilige situatie. De veiligheid dient echter gedurende het huisverbod te worden geborgd. Dat kan bijvoorbeeld door het netwerk om de achterblijver(s) heen te activeren en samen met de wijkagent toe te laten zien op de situatie.

Huisverbod niet mogelijk

Wanneer vervangende zorg niet geregeld kan worden of de veiligheid van de achterblijver niet kan worden geborgd, is het beter om geen huisverbod op te leggen, maar om crisisopvang voor de achterblijver te regelen. Zie hiervoor Crisisopvang bij ouderenmishandeling.

In geval van een vorm van afhankelijkheid, is het behoud van de (verbeterde) relatie met de uithuisgeplaatste van groot belang voor de achterblijver. De hulpverlening dient dit te onderkennen. Het uitgangspunt moet verbetering, en niet de beëindiging van deze relatie zijn. Dit kan de vertrouwensband tussen hulpverleners en zowel achterblijvers als uithuisgeplaatsten versterken.