Overtreding huisverbod door uithuisgeplaatste én achterblijver

Kleinzoon Joris (29) is al jaren drugsverslaafd. Ook speelt vermoedelijk psychiatrische problematiek (ADHD en een bipolaire stoornis), maar hij is hier niet voor gediagnosticeerd. De familierelaties zijn gecompliceerd: Joris’ ouders hebben Joris al een aantal jaar geleden uit huis gezet en het contact met hem verbroken, waarop oma Margriet (79) Joris in huis nam en het contact met haar zoon en schoondochter verbrak.

Maar ook het contact tussen Joris en Margriet verloopt niet altijd even soepel. Joris vraagt zijn oma regelmatig om geld en betaalt haar geen huur. Door zijn problematiek en verslaving kan Joris heel opvliegend en dwingend doen als hij zijn zin niet krijgt. Een paar keer heeft hij Margriet zelfs een klap gegeven. Het gegil van Margriet alarmeerde de buren, die de politie belden. De HOvJ legde vervolgens een huisverbod op.

Het op gang brengen van hulpverlening tijdens de huisverbodperiode verliep echter moeizaam. De tien dagen waren hectisch: voor Joris werd actief naar alternatieve woonruimte gezocht en er werd verslavingszorg opgestart door reclassering en de sociale dienst van de gemeente; voor oma kwam hulp van de thuiszorg en maatschappelijk werk. Na een paar dagen hield Margriet de hulp echter steeds meer af.

Het vermoeden ontstond dat Joris tijdens de huisverbodperiode weer terug was in de schuur bij Margriet, waar hij normaliter ook woont. Extra controles door de politie ’s avonds laat en ’s ochtends vroeg bevestigden dit vermoeden. “Het is toch mijn kleinzoon, en waar slaapt hij anders?”, aldus Margriet. De verweven relatie waar regelmatig sprake van is in geval van ouderenmishandeling, maakt het voor instanties extra moeilijk om tussen te komen, zo blijkt uit dit voorbeeld.